Een exploitatievergunning is de toestemming van de burgemeester om een horecazaak te runnen. Je hebt hem in de meeste Nederlandse gemeenten nodig voor elk restaurant, café, bar of lunchroom, met of zonder alcohol. De regels staan niet in een landelijke wet, maar in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van je gemeente. Daarom verschillen de documenten, de kosten en de termijnen per stad.
Schenk je alcohol, dan heb je daarnaast een alcoholvergunning nodig op grond van de Alcoholwet. En bij bijna elke aanvraag kan de gemeente een Bibob-toets doen: een onderzoek naar wie er achter de zaak zit en waar het geld vandaan komt.
Dit artikel legt uit wat de exploitatievergunning is, welke documenten je nodig hebt, hoe de Bibob-toets werkt, en wat Amsterdam, Rotterdam en Den Haag rekenen en hoe lang ze erover doen. Onderaan staat hoe het in Vlaanderen zit. Het is algemene informatie, geen juridisch advies. Verbindend is wat je gemeente zegt, op haar website of aan de balie. Stand: oktober 2026.
Wat is een exploitatievergunning en wanneer heb je hem nodig?
De APV van je gemeente bepaalt of je een exploitatievergunning nodig hebt. In Amsterdam staat het zo in de APV (art. 3.8): “Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een horecabedrijf te exploiteren.” De meeste grote gemeenten hebben een vergelijkbare regel.
Drie dingen om te weten:
- De vergunning hoort bij een persoon en een pand. Rotterdam zegt het letterlijk: “De exploitatievergunning hoort bij een pand en een persoon.” Neem je een zaak over, dan heb je een eigen vergunning nodig. Den Haag noemt de vergunning “strikt persoonlijk”.
- Niet elke zaak heeft hem nodig. Gemeenten maken uitzonderingen. Rotterdam noemt als voorbeeld een koffiehoek in een kledingzaak. De Amsterdamse APV laat de burgemeester soorten horeca aanwijzen die geen vergunning nodig hebben. Den Haag laat een eenvoudige zaak zonder alcohol, die tussen 7.00 en 23.00 uur open is, met een melding volstaan (zie Den Haag hieronder).
- Het is niet hetzelfde als de alcoholvergunning. De Alcoholwet vraagt een aparte vergunning van de burgemeester voor wie alcohol schenkt. Leidinggevenden op die vergunning moeten onder meer 21 jaar of ouder zijn, “niet in enig opzicht van slecht levensgedrag”, en een verklaring hebben van voldoende kennis en inzicht in sociale hygiëne. Hun namen staan in een aanhangsel bij de vergunning. In veel gemeenten vraag je beide vergunningen tegelijk aan.
Vaak heb je meer nodig dan deze twee: een terrasvergunning, een omgevingsvergunning als je verbouwt of het gebruik van het pand verandert, en een inschrijving bij de KVK. Die vallen buiten dit artikel.
Aanvragen: documenten, plattegrond, leidinggevenden
Welke documenten je precies nodig hebt, bepaalt je gemeente. Deze lijst is gebaseerd op wat Den Haag vraagt, aangevuld met wat Rotterdam en Amsterdam noemen. Gebruik hem als voorbereiding, niet als vervanging van de lijst van je eigen gemeente.
Over de zaak
- Een bedrijfs- of ondernemingsplan
- Bewijs dat je het pand mag gebruiken: huurcontract, koopakte of pachtovereenkomst
- Een plattegrond van de zaak (vaak op schaal, met de indeling en de uitgangen)
- Uittreksel uit het Handelsregister van de KVK
Over de mensen
- Kopie identiteitsbewijs van alle leidinggevenden
- Voor leidinggevenden in loondienst: hun arbeidsovereenkomst
- Bij alcohol: de verklaring sociale hygiëne van elke leidinggevende
Bibob
- Een ingevuld Bibob-formulier (Den Haag vraagt het bij elke aanvraag; Rotterdam heeft een eigen Bibob-vragenformulier)
- Gegevens over de financiering van de zaak: eigen geld, leningen, investeerders
Rotterdam vraagt om in te loggen met eHerkenning. In Den Haag en Amsterdam vraag je ook digitaal aan. Zorg dat je alles compleet hebt voordat je indient: een onvolledige aanvraag kost tijd.
De Bibob-toets: wat de gemeente onderzoekt en hoe lang het duurt
De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid een vergunning te weigeren of in te trekken als er ernstig gevaar is dat de zaak wordt gebruikt om geld uit strafbare feiten te benutten, of om strafbare feiten te plegen. De horeca is een van de sectoren waar gemeenten de wet het vaakst toepassen, volgens Justis.
Wat er onderzocht wordt
Rotterdam beschrijft het als een onderzoek naar “onder andere de financiering en de leidinggevenden”. In de praktijk kijkt de gemeente naar:
- Wie de zaak bezit en leidt: eigenaren, aandeelhouders, leidinggevenden, en hun zakelijke en strafrechtelijke verleden.
- Waar het geld vandaan komt: hoe de overname, de verbouwing en de inventaris betaald worden. Geld van onbekende herkomst of een lening van iemand die niet in beeld is, valt op.
- De relaties: met wie je zaken doet, wie de verhuurder is.
De gemeente kan stukken opvragen zoals jaarrekeningen en het aandeelhoudersregister, en informatie vragen bij de politie en de Belastingdienst.
Hoe lang het duurt
De meeste aanvragen doet de gemeente zelf af. Twijfelt ze, dan kan ze advies vragen aan het Landelijk Bureau Bibob. Het LBB heeft daarvoor acht weken, eenmalig te verlengen met vier weken (art. 15). Tijdens dat onderzoek wordt de beslistermijn van de gemeente opgeschort (art. 31). Die opschorting duurt volgens Justis maximaal twaalf weken. Reken er dus op dat een aanvraag met een LBB-advies tot drie maanden langer kan duren dan de normale termijn.
Zo houd je de Bibob-toets kort:
- Vul het formulier volledig en eerlijk in. Een ontbrekend antwoord levert vragen op, een onjuist antwoord kan een reden zijn om te weigeren.
- Maak de financiering inzichtelijk: bankafschriften, leningsovereenkomsten, een sluitende begroting.
- Noem iedereen die geld inbrengt of zeggenschap heeft, ook familie.
Kosten en doorlooptijd
Een landelijk tarief bestaat niet. Elke gemeente legt haar leges vast in een eigen legesverordening. Je betaalt ze bij de aanvraag, en in Rotterdam en Den Haag ook als de vergunning geweigerd wordt.
De drie grote steden naast elkaar, uit hun eigen bronnen, voor 2026:
| Amsterdam | Rotterdam | Den Haag | |
|---|---|---|---|
| Nieuwe vergunning | € 3.010,80 zonder terras, € 3.621,50 met terras | € 1.361 (categorie 1 en 2), € 2.091,60 (categorie 3, 4 en 4+) | € 1.648 |
| Wijziging of verlenging | verlenging € 1.909 zonder, € 2.404,20 met terras | € 833,60 of € 1.566,80 | |
| Leidinggevende wijzigen | € 404,80 | eerste beheerder € 70,10, elke volgende € 34,10 | € 63,50 |
| Beslistermijn | zie amsterdam.nl | 8 weken, eenmaal te verlengen met 8 weken | 13 weken |
| Geldigheid | zie amsterdam.nl | 5 jaar |
Bronnen: de Algemene legesverordening Amsterdam 2026, rotterdam.nl en denhaag.nl met de Haagse legesverordening. Lege vakken: die gegevens vonden we niet in een primaire bron.
Daar komen vaak nog kosten bij: de alcoholvergunning (in Den Haag € 419,35), een terrasvergunning, een omgevingsvergunning en de kosten van een verklaring sociale hygiëne.
Plan de tijd ruimer dan het geld. Met een normale termijn van acht tot dertien weken, een mogelijke verlenging en een mogelijk Bibob-advies kan het van indienen tot vergunning drie tot zes maanden duren. Teken dus niet voor een huur die per direct ingaat zonder te weten hoe lang de vergunning op zich laat wachten.
Amsterdam
Amsterdam heeft de hoogste leges van de drie: € 3.010,80 voor een nieuwe exploitatievergunning zonder terras en € 3.621,50 met terras. Wil je alleen de samenstelling van een vof, cv of maatschap wijzigen, dan is dat € 570,30. Een leidinggevende wijzigen kost € 404,80, met € 41,70 voor elke volgende in dezelfde aanvraag. Andere wijzigingen kosten € 483,40, en het terras aanpassen € 681,30. Verlengen kost € 1.909 zonder en € 2.404,20 met terras: de vergunning is dus niet onbeperkt geldig.
De APV stelt eisen aan leidinggevenden: ze zijn minstens 21 en staan niet onder curatele of bewind. De burgemeester kan een vergunning weigeren in het belang van de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat. Dat laatste speelt in de binnenstad een grote rol.
De behandeltermijn, de geldigheidsduur en het Bibob-formulier vind je op amsterdam.nl; controleer ze daar voordat je indient. De APV laat de burgemeester soorten horeca aanwijzen die geen vergunning nodig hebben. Vraag na of jouw zaak daaronder valt.
Rotterdam
Rotterdam werkt met categorieën horeca. Een nieuwe vergunning of overname kost in 2026 € 1.361 voor categorie 1 en 2 en € 2.091,60 voor categorie 3, 4 en 4+. Een wijziging of vernieuwing kost € 833,60 of € 1.566,80. Activiteiten toevoegen kost € 365,30 of € 730,60, afhankelijk van de activiteit. Elke beheerder op de vergunning kost € 70,10 voor de eerste en € 34,10 voor elke volgende. Een kortlopende vergunning van maximaal zes maanden kost € 1.162,90.
De gemeente beslist binnen 8 weken, en kan die termijn één keer met 8 weken verlengen. De vergunning geldt 5 jaar; vraag een nieuwe minstens twee maanden voor het einde aan. Je vraagt aan met eHerkenning.
Rotterdam past de Wet Bibob actief toe, met een eigen Bibob-vragenformulier, en kan extra vragen stellen over de financiering en de leidinggevenden. Let op: “U betaalt dus ook als de gemeente besluit dat u geen vergunning krijgt.”
Den Haag
Den Haag rekent één tarief: € 1.648 voor een exploitatievergunning horeca, ook als hij geweigerd wordt. Een beheerder of leidinggevende bijschrijven of wijzigen kost € 63,50, en de alcoholvergunning € 419,35. De behandeling duurt 13 weken.
Den Haag vraagt bij de aanvraag:
- een bedrijfs- of ondernemingsplan,
- bewijs van je recht op het pand (huur, eigendom of pacht),
- een plattegrond,
- kopieën van de identiteitsbewijzen van leidinggevenden in loondienst, met hun arbeidsovereenkomst,
- een ingevuld Bibob-formulier.
Neem je een zaak over, dan mag je de zaak alleen voortzetten als je binnen 13 weken nadat de vorige exploitant stopte zelf een vergunning aanvraagt.
Melden in plaats van een vergunning. Den Haag laat een eenvoudige zaak met een gratis melding volstaan, als aan alle voorwaarden is voldaan: open tussen 7.00 en 23.00 uur; geen alcohol, gokautomaten, live of harde muziek, waterpijpen, seks of softdrugs; de laatste vijf jaar geen weigering of intrekking (ook niet op grond van Bibob); de laatste twaalf maanden niet gesloten door de burgemeester; en de zaak past in het bestemmingsplan. Je krijgt binnen twee werkdagen een ontvangstbevestiging. Voor een lunchroom of koffiezaak zonder alcohol kan dat veel tijd schelen.
Vlaanderen: geen vaste naam, per stad geregeld
In Vlaanderen bestaat geen algemene “exploitatievergunning”. Elke stad regelt de horeca zelf, met eigen namen en eigen termijnen. Wat een stad een uitbatingsvergunning noemt, verschilt: in sommige steden is dat de vergunning voor elke horecazaak, in andere alleen voor bepaalde soorten zaken. Vraag bij je stad na wat er voor jouw soort zaak geldt.
Gent werkt met het horeca-attest: “Dit attest bevestigt dat de horeca-uitbater de stedelijke goedkeuring heeft om een zaak uit te baten.” Op het attest staat of je alcohol mag schenken en wat je sluitingsuur is. Vraag het minstens 30 dagen voor de opening aan, of 45 werkdagen als je zaak groter is dan 100 m². Gent vraagt onder meer:
- een uittreksel uit het strafregister (model 596.1-8 dranken) voor iedereen die in de KBO staat, als je alcohol schenkt;
- de melding bij de brandweer, een verzekering brand en ontploffing vanaf 50 m², en een controle van de brandveiligheid vanaf 100 m²;
- het bewijs dat je zaak geregistreerd is bij het FAVV;
- je ondernemingsnummer.
Voor alcohol vraag je in Gent een aparte drankvergunning aan. Voor alleen gegiste dranken (bier, wijn) volstaat een positief bericht; voor sterke drank krijg je een vergunning. “De aanvraag en de vergunning zijn gratis.”
Antwerpen en andere steden hebben hun eigen regels en termijnen. Kijk op de website van je stad of vraag het aan het ondernemersloket voordat je een huurcontract tekent.